Dit weekend heb ik het voorrecht om een Franse markt te bezoeken, met wat extra nostalgie, want ik heb vier jaar in deze Franse bergstad gewoond en hier een heel mooie tijd gehad en geweldige vrienden gemaakt. Vrienden die je, zoals ik eerder schreef, op de markt tegen het lijf loopt, waar je koffie mee drinkt als je “de markt aan het doen bent”, of met wie je spontaan afspreekt voor een etentje diezelfde avond, en waarvoor je hier natuurlijk alle ingrediënten bij de hand hebt. In Frankrijk is de markt deel van een diep gewortelde cultuur. De markt deed je vroeger met je vader of moeder op zondag, en de markt doe je nu zelf voor kwaliteitsproducten, verse groente en fruit, de beste kaas, paté’s, wijn. En dan is er nog de markt van de lokale boeren, waar je producten vindt die nauwelijks/niet met pesticiden zijn behandeld en waren de boeren uit de omgeving zelf hun salade, pompoenen, walnoten, notenolie, honing en geitenkaas verkopen. Een mooie gelegenheid om local food te eten en de lokale economie te stimuleren.

Een salade met geitenkaas, walnoten, honing en notenolie heb je na zo’n bezoekje natuurlijk zo gemaakt.