Ik mis vlees helemaal niet. De afgelopen drie jaar heb ik er geen traan om gelaten. Ik droom niet over biefstukken en het water loopt me niet in de mond als ik een plakje ham ruik. Sterker nog, iedere keer dat ik mensen vlees zie eten ben ik blij dat ik dat niet meer doe. Voel ik me lichter, frisser én gezonder.

En toch… toen ik afgelopen week een gehacktbal at – een vegetarische – kwam ineens de smaak van vlees weer boven. Het uitgebakken spek van mijn ouders. De soepballetjes van mijn oma. En mijn eigen draadjesvlees.

De gehacktbal was er eentje van de Vegetarische Slager. Wat een vondst, die naam! En wat een vondst, hun recepten. Allemaal ‘nepvlees’ op basis van soja en lupine, met de bite van vlees. Ideaal voor mensen die duurzaam willen eten, maar die wél beginnen te watertanden bij de gedachte aan speklappen en braadworsten.

Ik gebruikte vervolgens het rulle gehackt in mijn inmiddels beroemde rijst-met-spinazie. De rijst verving ik door quinoa en voilá een nieuwe, nóg gezondere, variatie! Saillant detail: 2013 is door de FAO uitgeroepen tot het jaar van de quinoa. Binnenkort op Happy Eten nóg meer recepten met dit lekkere en gezonde spul.

Om alvast in de stemming te komen voor het Food & Film festival keek ik Food, Inc. nog een keer. Een geweldige documentaire van o.a. Eric Schlosser en Michael Pollan over de macht van de voedingsindustrie en de urgentie om duurzaam voedsel te produceren en eten.

Mocht je nog vlees eten, dan ga je dat na het zien van deze film in ieder geval minder en anders doen. Het bevestigt voor mij opnieuw dat ik pakjes en vlees uit de supermarkt beter kan laten liggen en dat ik voor een doos biologische eieren best iets meer mag betalen.

De film laat zien hoe pijnlijk de voedingsindustrie werknemers en dieren uitbuit. Bekijk vooral de documentaire dan zie je het zelf!
Misschien konden we lange tijd doen of we van al deze zaken niet op de hoogte waren, en gewoon dagelijks goedkoop vlees eten. Maar Food, Inc. laat zien dat je je bewust moet zijn van wat je eet en je verantwoordelijkheid moet nemen. En bovendien wil je al die antibiotica binnenkrijgen? En hoe smakelijk is zo’n kip die lekker in een chloorbad heeft liggen dobberen…

Geef mij maar een kleurrijke maaltijd met verse groente.

Het liefst juice en blend ik zelf. Dan weet ik zeker dat het vers is, kan ik zelf experimenteren en mijn favoriete combinaties maken. Bovendien is het veel goedkoper dan een juice bij een juicebar, die helaas ook niet altijd van verse groente en fruit wordt bereid.
Maar voor wheatgrass (tarwegras) maak ik af en toe een uitzondering. Dat kun je namelijk alleen met een speciale molen juicen, en om die nou speciaal te kopen, dat gaat me net te ver.
Nu wil het toeval dat er vlakbij mijn werk een juicebar zit die vers tarwegrasjuice verkoopt. Dus op een mooie lentedag, een winterdag die om een energieboost vraagt of tijdens een juiceweek wil ik daar wel eens een shotje wheatgrass nemen. Het is zo goed voor je!

Met een shot wheatgrass krijg je alle B-vitaminen (ook B12), vitamines C, K, E, heel veel aminozuren, mineralen, en enzymen binnen. Wheatgrass bevat een hoog gehalte aan chlorofyl. Chlorofyl vind je in alle groene bladgroente, en wordt ook wel eens ‘geconcentreerd zonlicht’ genoemd. Het zorgt ervoor dat licht geabsorbeerd wordt en dat het wordt omgezet in energie.

Tarwegras is heel goed als je wilt detoxen. Het helpt je bloed en je lever ontgiften. Ook helpt het bij het verlagen van de bloeddruk, de bloedvorming, reiniging darmen en afvoeren van zware metalen. Het zal je niet verbazen, dat het een boost geeft aan je immuunsysteem. Alle reden dus om af en toe zo’n shotje wheatgrass te nemen.

Nog redenen om het niet te nemen? Misschien vind je de smaak niet lekker. In de meeste juicebars kun je een “chaser” krijgen om de smaak van je wheatgrass shot te laten verdwijnen. Persoonlijk drink ik ‘m graag zonder chaser.

Deze zondagochtend begon heel bijzonder met een yogaconcert in de schouwburg. Om 10.00 uur lagen wij met nog 58 andere mensen op yogamatjes op het podium te wachten op wat komen ging; Gregoriaanse live muziek en een yogadocente. Het werd een heel meditatieve les op prachtige muziek. Helemaal ontspannen rolden we een uur later onze yogamatjes weer op.

Inmiddels dwarrelden de sneeuwvlokken naar beneden en haastten wij ons een warm café in voor een soya latte.

Al meer dan een week is het echt winter, en hoewel ik na de Juiceweek eigenlijk al klaar was voor de lente met salades, en de winter al een beetje uit mijn gedachten gebannen had, haal ik nu toch weer mijn winterrecepten uit de kast. Stamppotten, pasta’s, soepen en chocola.

Gelukkig heeft chocola heel veel goede eigenschappen, zit vol anti-oxidanten en geeft een goed humeur, als je maar de goede chocola neemt, of beter nog zelf maakt. Al eerder had ik het hier over het boek van Julia Kang, 100% gifvrij. Daarin staat een heel lekker recept voor het zelf maken van chocola. En omdat ik een flinke pot kokosolie in huis had, liet ik me graag door dit recept inspireren. Ik heb er een paar dingen aan toegevoegd om de chocola een extra verrassende smaak te geven. Heerlijk, en zo eenvoudig. Je moet het echt proberen. Het enige nadeel is dat je ‘m het beste een avond van te voren kunt maken, omdat ie een tijd in de vriezer moet om helemaal te stollen. Ook daarna bewaar je de chocola in de vriezer.

Nodig:

25 gram kokosolie
50 gram cacao (ik gebruik raw cacaopoeder dat is helemaal gezond, en er komt geen suiker aan te pas, verkrijgbaar in de natuurwinkel)
40 gram rozijntjes
25 gram dadels
25 gram noten (bij walnoten of amandelen)
10 gram gojibessen.

Hak de rozijnen, dadels, gojibessen en noten klein(er). Smelt de kokosolie au bain marie met de cacaopoeder, houd in de gaten dat het mengsel niet te warm wordt, dus zodra het gesmolten is van het vuur halen, dan wordt je chocola niet te warm en profiteer je optimaal van de goede eigenschappen van rauwe chocola. Voeg het rozijnen-dadels-goji-bessen en notenmengsel toe.

Schep de chocola in een plastic zak en maak plat met je hand. Leg in de vriezer. Als de chocola helemaal bevroren is, kun je ‘m eruit halen en in stukjes breken, en terug leggen in de vriezer.
Neem er zoveel stukjes uit al je wilt eten. Omdat het een vrij bittere chocola is, eet je ‘m waarschijnlijk niet in één keer op.
Hoewel, op zo’n koude winteravond ligt mijn chocolaconsumptie toch net iets hoger dan normaal 😉

Een grote chocoladeletter lag er op mijn bureau, fair trade nog wel. Een leuke geste van de sint op kantoor. Normaal gesproken ben ik niet zo van de melkchocolade. Ik doe mij liever tegoed aan een reep pure bittere chocola, met minimaal 70% cacao. Maar deze chocoladeletter bleef me vanaf mijn bureau toelachen, en voordat ik het wist, zat ik na mijn lunch aan een chocoladelettertoetje. Daar bleef het natuurlijk niet bij. Aan het einde van de dag was de letter op, was ik moe, en bekeek ik eindelijk eens zorgvuldig de ingrediëntenlijst. Fairtrade, maar wel als belangrijkste ingrediënt suiker. Met de verdere ongezonde toevoegingen leek het mee te vallen.

En dat kan je helaas van de Hema sinterklaas slagroomtaart, die Foodwatch onderzocht, niet zeggen. Je moet het echt even lezen, en hun actie steunen! Knap stukje onderzoek weer van Foodwatch, en heel goed dat ze dit soort informatie aan het licht brengen.
Nu ben ik eigenlijk een groot Hemafan, en ik hoop dan ook dat de Hema dit soort taarten snel uit het assortiment haalt, zodat ik weer oprecht fan kan zijn.

Wil jij ook weten wat er precies in je eten zit? Dan kun je natuurlijk het beste zelf je baksels en eten maken, zodat je precies weet wat er ingaat, en zo natuurlijk mogelijk eten, zoveel mogelijk groente en fruit en zo min mogelijk uit pakjes. Maar omdat dat soms niet te vermijden is, bekijk dan in ieder geval de ingrediëntenlijst. En zoek die ingrediënten en e-nummers op.

Heel handig is het boek boven op de foto! Je zoekt er heel snel iets in op, en het geeft goede informatie, zoals gisterenavond toen ik even op de verpakking keek van het santenblok, dat ik dacht te gaan gebruiken voor mijn soep: E220.

En wat zei Wat zit er in uw eten erover?

E220. Code rood. Echt vermijden. Ik had er al geen zin meer in. Stom dat ik niet eerder nauwkeuriger op die verpakking had gekeken. Die Santenreep heb ik niet meer opengemaakt, en de soep was heerlijk.

Natuurlijk meet ik soms met twee maten, want op dat zakje pepernoten had ik ook niet gekeken. Maar ook daarna voelde ik me moe. Dus dat ga ik nu weer beter doen.

Je kunt iedere dag opnieuw beginnen. Dus nu bereid ik weer mijn lunch voor morgen, gegrilde aubergine, met wortel, lente-uitjes, bleekselderij en quinoa. Op naar een dag vol energie, zonder e-nummers en zonder suiker.

 

 

Halverwege het boek rende ik naar de winkel. Pure kokosolie had ik nodig. Ik zou er mee kunnen koken en het op mijn lijf kunnen smeren!  Eindelijk een “crème” die je ook kunt eten dus.
De kokosolie ruikt heerlijk, en het voelt zacht en gezond, geen bergen gif meer op mijn lijf.

Hoewel ik nog niet zo ver ga als Julia Kang in haar boek 100% gifvrij, heeft ze wel mijn ogen geopend.
Douchecrème gebruik ik nog steeds, maar nu wel met het besef dat ik ook zo gif binnenkrijg.
Mijn deo had ik al omgewisseld voor een aluminium- en parabenen vrije, maar Julia is nog veel strikter.
Ze heeft haar hele leven gifvrij gemaakt, en blijft zo gezond en slank. Er komt zelfs geen boenwas meer in haar huis. En wassen doe je volgens Julia beter met een ecobol. Ze is erg alert op BPA, dat krijg je o.a. binnen via eten en drinken verpakt in plastic.

Haar tips voor biologisch eten zijn heel praktisch. Voor mensen met een klein budget heeft ze heel handige tips over welke producten je in ieder geval biologisch moet nemen, en welke etenswaren je eventueel niet biologisch kunt eten, omdat daar wat minder gifstoffen inzitten.
Nam ik tot voor kort ook nog wel eens niet-biologisch bouillonpoeder, dat doet ik na het lezen van dit boek niet meer. Ik heb nu een voorraad biologische, gistvrije bouillon in huis. En tomatenpuree en tomatenketchup eet ik voortaan ook biologisch en zo min mogelijk uit blik. Met zulke tips, kun je dus makkelijk gezonder leven en met minder gif.
Bovendien sla je vanzelf aan het koken tijdens het lezen van dit boek, eigen chocola, bananenbrood, rode kool.

Ik vind het een heel verfrissend boek, dat je wakker schudt, je blik verruimt en dat voor iedereen iets te bieden heeft.

Neem ook zeker een kijkje op haar website www.juliakang.nl

Kamperen in een camper in oktober kan behoorlijk koud zijn. Hoe mooi het uitzicht ook is, als je ‘s ochtends dampkringen kunt blazen en verkleumde tenen en vingers hebt, dan heb je een verwarmend ontbijt nodig. Ik in ieder geval wel.

Met een beetje speurwerk heb je hier in de VS ook heel veel lekkers en gezonds binnen handbereik. Het aanbod aan organic supermarkten is gigantisch. En amandelmelk  kun je in iedere supermarkt krijgen!
Amandelmelk zit vol vitamine B en E, en onder meer calcium, magnesium en zink, en is een super vervanger voor melk. Je kunt het trouwens ook goed zelf maken van rauwe amandelen en water, maar dat is iets meer werk en vraagt in een camper om een keukenmachine die natuurlijk niet voorradig is hier.

Tijd voor warme pap dus!

Recept voor een verwarmend ontbijt in herfstmood.

  • Amandelmelk
  • Boekweit
  • Appel
  • Kaneel
  • Organic maple siroop
    Maple siroop is de locale specialiteit hier, erg lekker, let wel op dat je een 100% natuurlijke hebt. Maar voor een gezonder effect, kun je natuurlijk makkelijk zonder. Heb je geen organic maple siroop, dan is een verse honing van je lokale imker natuurlijk ook heerlijk.

Verwarm de amandelmelk in een pan, voeg boekweit toe, laat indikken. Dat is binnen en paar minuten gebeurd. Bak in andere pan stukjes appel. Doe de pap met stukjes appel en kaneel in een kom en voeg organic maple siroop toe naar smaak.

Gisteren begreep ik het ineens weer even. Waarom mensen liever gesneden groenten kopen in de supermarkt in plaats van ze zelf te verbouwen, schoon te maken en te snijden. Dat is gewoon veel en veel sneller! En gemakkelijker!

Op de moestuin van mijn pa had ik zelf een tas vol appelen geplukt en een paar stronken andijvie afgesneden. Het was prachtig weer en ik was één met de natuur op mijn laarzen in het najaarszonnetje. Hoelang was het in ‘s hemelsnaam gelden dat ik zelf appels had geplukt? Als ik dat überhaupt al eens had gedaan… So far so good.

Eenmaal thuis ben ik vol goede moed aan de slag gegaan om andijviestamppot en appelmoes te maken. Maar daar verkeek ik me op. Eerst moest de andijvie ontdaan worden van zand, naaktslakken en andere ellenden. Dus spoelen, spoelen en spoelen. Ongeveer een halfuurtje werk.

Vervolgens moesten de appels worden geschild en in partjes gesneden. Zo’n drie kwartier werk. In totaal dus een uur en een kwartier schoonmaken! Best lang. In die tijd had ik ook naar de Extreme Home Makeover-marathon kunnen kijken! 😉

Aan tafel viel het kwartje. Heerlijk, verrukkelijk appelmoes! En ik wist ook nog eens precies wat erin zat, en hoeveel. Vooral met het oog op suiker heel handig. Op een pot appelmoes uit de supermarkt staat immers altijd wel vermeld dat er suiker in zit, maar nooit precies hoeveel. En ik wist het nu exact. Niets! Ik had het namelijk gezoet met agavesiroop, dat door een lagere glycemische index (15) een gezonder alternatief voor suiker (100) is. Door producten met een hoge glycemische index stijgt je bloedsuikerspiegel. Daardoor maakt je lichaam meer insuline aan en sla je vetreserves op. (Lees voor meer info over de glycemische index ‘Eet jezelf mooi, slank en gelukkig van Amber Albarda.)

  • appels
  • agavesiroop
  • water
  • kaneel

Breng de appels in een bodempje water aan de kook. Laat lekker pruttelen totdat alle appels moes geworden zijn. Voeg agavesiroop of suiker naar smaak toe. Wees voorzichtig met proeven, want het kan echt superheet worden. Op het bord een snufje kaneel toevoegen.

Ook de smaak van mijn andijvie was uiteraard veel beter dan die van prefab-producten. Voordat de andijvie gesneden en gewassen in het koelvak ligt, is er aanzienlijk wat tijd verstreken. Dat gaat uiteraard ten koste van de vitaminen en mineralen. Mijn andijvie stond die middag nog in de grond en lag ‘s avonds al op mijn bord. Sneller kon niet.

Dus oké, ik heb ‘m weer. Happy eten kost meer tijd dan kant-en-klaar eten, maar je krijgt er zoveel voor terug! 😉

Ps. Als iemand me even bijpraat over wat er precies is gebeurd bij Extreme Home Makeover, ben ik helemaal gelukkig!

Ik probeer steeds minder prefabfood te eten en steeds meer zelf te maken. Het kost wat tijd, maar smaakt zoveel beter en is veel gezonder! Zo las ik laatst iets over analoge kaas, een – uiteraard – goedkope imitatiekaas die nergens naar smaakt. En wat te denken van al die geur-, kleur- en smaakmiddelen? En van al dat zout…

Dus sloeg ik zelf een het pizza bakken! Helemaal niet moeilijk. Ik ging meteen all the way en maakte ik de bodem met speltmeel in plaats van met normaal tarwemeel. Tarwemeel doet de bloedsuikerspiegel onmiddellijk na consumptie stijgen, waardoor je al heel snel weer honger krijgt. Spelt daarentegen zorgt voor een constante bloedsuikerspiegel, omdat het geleidelijk aan energie aan je lichaam afgeeft. Je raakt dus beter verzadigd en behoudt dat gevoel ook een poosje. Daarnaast bevat spelt meer vitaminen, mineralen en eiwitten. Bovendien smaakt spelt iets zoeter dan tarwe, ideaal voor kinderen!

  • 250 gram speltbloem
  • zakje gist
  • 1 deciliter lauw water
  • beetje zout
  • beetje suiker
  • scheutje olijfolie

Alles goed mengen en dan 20 minuten op een warme plaats laten rijzen. Vervolgens weer goed kneden en uitrollen met een deegroller.

Ook de tomatensaus maakte ik zelf: Knoflook, ui, blik gepelde tomaten, peper, zout, bouillonblokje en basilicum tien minuten lekker laten pruttelen. Dan op de pizzabodem gieten en de pizza naar smaak beleggen met groente, vis en/of vlees. Ik gebruik altijd mozzarella en geraspte kaas en besprenkel de pizza met een beetje olijfolie. Dan ongeveer twintig minuten in de oven op 180 graden. Let op, de baktijd is afhankelijk van je oven. Goed blijven kijken of ie niet aanbrand!

Zie hier mijn resultaat: links boven een stuk met vis en schapenkaas (voor de gezondsheidsfreak), rechts boven en links onder een stuk met biologische salami en ham (voor de carnivoren in huis), rechts onder een stuk met ananas (voor de zoetekauw) én in het midden een stuk zonder iets (voor de pietluttige eter).

Helaas geen foto van het gebakken eindresultaat. Hij was te snel op! 😉

 

Met grote vreugde geef ik kennis van de eerste opbrengsten van mijn moestuin (1×1 meter in de achtertuin)!

En er komt nog meer!

Hoera!!